Historie

Het vlammende verhaal van oprichter Bert Roubos

http://www.topking.nl/img/userfiles/images/3.png

De geschiedenis van Topking leest als een jongensboek in ondernemerschap. Van meubelmaker en bedrijfsadviseur naar snackfabrikant, via het enorme succes van de Vlammetjes® naar Topking Fingerfood.

Oprichter Bert Roubos vertelt er smakelijk over. “We probeerden ons te beperken tot de Randstad. Daar hadden we onze handen al vol aan. Maar het stil houden, lukte maar even, ‘Nee’ verkopen bleek achteraf de beste reclame voor de Vlammetjes®.”

Hoe het begon
In 1981 heeft de 31-jarige meubelmaker Bert Roubos een goed lopend bedrijfsadviesbureau en administratiekantoor. Maar het kriebelt: Bert wil de handel in, Indische snacks ontwikkelen, maken en verkopen. Hij richt ‘Indoking’ op, koopt een vrieswagentje, neemt een vertegenwoordiger aan, zet zijn vrouw Marga en schoonzus Louise in om de producten te promoten en gaat manmoedig van start.

Het wordt een jaar van markt verkennen, producten uitproberen, bikkelen en blunderen. Zonder positief resultaat. Het geld raakt op. Maar het spreekwoord “als de nood het hoogst is, is de redding nabij” zou betekenis krijgen, aldus Bert.

“We hadden nog heel pittig gekruid gehakt liggen. En flensjes uit Singapore, die we gebruikten voor onze snacks. De vraag naar een minisnackje bracht me op een idee: waarom vouwen we niet een flensje om een kleine portie van dat pittige gehakt? Ik probeerde het uit op de verjaardag van mijn oudste zoon. De snackjes vielen in de smaak!”

Het vouwen zou nog wat oefening vergen aan de keukentafel, net als de receptuur van het vlees, maar het idee voor het Vlammetje® was geboren.

http://www.topking.nl/img/userfiles/images/8.png

Het was 18 oktober 1982 en het was net op tijd..

Want dankzij de Vlammetjes® maakte de omzet een spurt. In het eerste jaar van niets naar één miljoen gulden (€ 450.000) tot ruim het driedubbele twee jaar later. Alsnog een vlammende start.

“Omdat we veel moeite hadden om aan de vraag te voldoen, probeerden we de bekendheid van de Vlammetjes® in eerste instantie te beperken tot de Randstad. Daar hadden we onze handen al vol aan. Maar het stil houden, lukte maar even: ‘nee’ verkopen bleek achteraf de beste reclame.”

 

De concurrentie
Natuurlijk blijft de spectaculaire groei niet onopgemerkt. Collega’s worden concurrenten en komen met hun eigen pittige snacks. Maar de Vlammetjes® zijn niet te blussen. De kwaliteit, de naam en de eigenzinnige marktbewerking blijken niet te evenaren.

 

Bert over marketing
De hete adem van de concurrenten was wel voelbaar geworden. Indoking moest de rest van Nederland gaan veroveren. Nu of nooit.

Het bedrijf deelt de eerste klap uit op de vijf belangrijkste beurzen van Nederland. Bert: “In die tijd stonden op de snackstands vooral dames op leeftijd achter koelvitrines. Wij kwamen met een gelikte stand en jonge dames die tienduizenden Vlammetjes® uitdeelden. De rijen voor onze stand versperden de gangpaden. Niemand kon meer om ons heen.”

 

Keuzes maken
Zodra het succes van de Vlammetjes® duidelijk wordt, besluit Indoking zich niet langer als groothandel, maar als producent, te profileren. Om een zo breed mogelijke verkrijgbaarheid te realiseren, benadert het bedrijf zelf alle horecagroothandels. Eerst de horecamarkt, dan de retailmarkt. Een distributiepartner voor België meldt zich in 1987. En het assortiment wordt verder uitgebreid.

 

Het Vlammetje krijgt familie
Naast het Vlammetje® brengt Indoking nu ook een grote broer op de markt, de Vuurvreter®. Eveneens wordt het Tammetje geïntroduceerd – dit product blijkt niet onderscheidend genoeg. Tosti’s, VlamTosti's® en Vlammensaus® volgen met succes, en in 1991 de KaasTengels®. Een revolutie, want deze snack krijgt als eerste een door Indoking zelf ontwikkelde en gebakken flens als jasje. De flenzen hoeven niet langer uit Singapore geïmporteerd te worden. Ook het Vlammetje® krijgt een herkenbaar, eigen jasje: oranje gekleurd met natuurlijke grondstoffen.

Bert had duidelijke redenen om in de jaren ’90 aan de KaasTengels® te beginnen: een dalende trend in vleesconsumptie begon zichtbaar te worden en de Aziaten timmerden al hard aan de weg. De kaassnack was een gepast antwoord. Vegetarisch, en ondanks het Aziatische jasje, onmiskenbaar Hollands.

Een gouden greep: de verkoop van de KaasTengels® blijft maar groeien en overtreft al bijna het succes van de Vlammetjes®.

 

Van Indoking naar Topking
Het bedrijf is gestart als Indoking. Inderdaad: geïnspireerd op die ene hamburgergigant, maar dan Indisch. Later krijgt de tosti het minder Indisch klinkende ‘Topking’ als merknaam. Maar doordat we VlamTosti's® introduceerden kregen onze klanten door dat de Topking Tosti’s uit hetzelfde bedrijf kwamen als de Indoking Vlammetjes®. Dat bleek merkversterkend te werken, dus besloten we alles onder de vlag van Topking te gaan voeren.

 

De reis van het Vlammetje®
Het Vlammetje® heeft een prachtige pioniersstart gehad. Van de keukentafel (bedenken, receptuur bepalen, vouwen, opnieuw vouwen, nog een keer vouwen), via de schoonouders (met de hele familie kruiden mengen, vlees braden, flenzen scheuren en Vlammetjes vouwen) productie in het eigen woonhuis te Numansdorp, en vervolgens, naar het eerste officiële bedrijfspand: een voormalige kippenschuur in Bleiswijk. In de loop der jaren verbouwd tot een officiële voedingsmiddelenlocatie.

 

Pensioen? Nee joh, een bedrijf erbij!
In 2008 gaat Bert praten bij Euro Saté, de hamburger- en satéspecialist van Rotterdam en omstreken.
“Onze locatie in Bleiswijk werd veel te klein en bij Euro Saté kon je het horen galmen, zoveel ruimte was er over. Dus ik kwam polsen of wij daar ruimte zouden kunnen huren. Voor ik het wist, praatten we over overname. Een jongensdroom. Euro Saté was voor mij altijd het grote voorbeeld geweest. Mijn omgeving dacht dat ik wel zo’n beetje met pensioen zou gaan en was verbaasd over mijn uitbreidingsplannen.”
In 2008 neemt Topking Euro Saté over. Gefaseerd verhuizen alle afdelingen naar het Schiedamse pand, dat stapsgewijs wordt uitgebreid. Na de uitbreiding en grondige verbouwing zijn vanaf november 2014 zowel het kantoor als de productie in Schiedam gevestigd.

 

Grote trots
Het bedrijf staat er in 2013 schitterend bij. Is dit de grootste trots van Bert Roubos? “Natuurlijk ben ik beretrots op mijn bedrijf, maar nog trotser ben ik op mijn gezin. Dat we van elkaar houden en onze onderlinge contacten goed zijn. Mijn vrouw heeft altijd vierkant achter me gestaan en mijn kinderen zijn net zo trots op Topking als ik. Topking is mijn kindje en hun broertje.”

 

De toekomst
In 2011 draagt Bert de zorg voor zijn kindje over aan de nieuwe Algemeen Directeur Edwin Hak, “Edwin snapt waar wij voor staan. Ik vertrouw hem ons bedrijf en onze mensen toe. Hij gaat het bedrijf in de komende tien jaar twee keer zo groot maken, hoofdzakelijk op basis van autonome groei. Dat gaat ‘m lukken. En ik ga 95 worden. Kan ik er mooi nog 32 jaar van genieten.”

Bert heeft een prachtig bedrijf opgebouwd. Het helemaal loslaten lukt hem dan ook niet. Dus ontfermt hij zich met hart en ziel over de verbouwing en aanbouw van het pand in Schiedam. En het blijft maar inspireren. “Als ik opnieuw geboren zou worden, zou ik architect worden!”